Innovatielab Participatie: Tiem en de gemeente Zwolle ‘samen aan de slag’

Sociaal werk- en ontwikkelbedrijf Tiem en de gemeente Zwolle willen dat zoveel mogelijk Zwollenaren meedoen op de arbeidsmarkt of stappen zetten in die richting. Er zijn inwoners die hierbij extra ondersteuning nodig hebben. Om de dienstverlening rondom participatie, in het kader van de Participatiewet, nog beter in te zetten is dit jaar het Innovatielab Participatie gestart. Zo helpt men inwoners groeien! 

Het Innovatielab houdt zich bezig met het opnieuw ontwerpen van dienstverlening. Begin maart zijn Klaas Jan Arkema en Simon Zandvliet (Tiem), Bea Jansen en Joost Steenhuis (Inkomensondersteuning gemeente Zwolle) en Erik Tichelaar en Susanne Klinkenberg (Sociaal wijkteam gemeente Zwolle) begonnen om het potentieel van inwoners die langs de kant staan, beter te zien en te verzilveren.

 

Wat doen ze precies?

Het Innovatielab kijkt samen met betrokken inwoners naar de huidige dienstverlening. Waar nodig wordt deze opnieuw ontworpen. Zo zorgen ze er samen voor dat niemand aan de zijlijn staat en dat inwoners zonder werk beter kunnen meedoen in de maatschappij. Om dat te bereiken moet de dienstverlening goed aansluiten op de belevingswereld van de doelgroep. Hoe ziet die inwoner de wereld? Hoe ervaart die de context van de dienstverlening? En hoe wordt die dienstverlening intuïtief?

In het lab onderzoekt men de leefwereld van inwoners om zo te kunnen inschatten waar mensen in het huidige model tegenaanlopen en hoe dit verbetert kan worden. Als die problemen en oplossingen eenmaal zijn bepaald, wordt het nieuwe ontwerp op kleine schaal getest. Dit doen ze met échte casuïstiek, zodat snel duidelijk is wat het ontwerp doet in de praktijk. Klopt wat op papier bedacht is ook met de praktijk? Is wat mensen zeggen dat ze zullen doen ook inderdaad wat ze doen? Ze testen, onderzoeken en passen ideeën aan totdat men zeker weet dat het werkt.

 

Zo snel mogelijk op de goede plek

Om goed van start te gaan, is er een onderzoek gedaan onder inwoners met een participatiebehoefte en de professionals die hen daarbij helpen. Waar lopen zij in het huidige model op vast? Wat zijn hun motivaties en doelen? Welke emoties worden bedoeld of onbedoeld opgeroepen bij inwoners met de huidige dienstverlening?

Uit dit onderzoek kwam onder andere naar voren dat inwoners vaak te maken hebben met veel verschillende contactpersonen. Het zicht op inwoners gaat vaak verloren bij doorverwijzingen en processen kennen veel stappen. Voor de inwoner is niet duidelijk waar hij of zij zich bevindt in het proces en al die handelingen zorgen voor angst, onzekerheid en een gevoel van ‘ik zie het wel’. Ook werd duidelijk dat er nu vooral zicht is op de inwoners die zich melden voor een bijstandsuitkering. Minder bekend is hoe het ervoor staat met de grote groep die al langer een uitkering heeft.

 

Snel en duurzaam

In het nieuwe ontwerp wil men ervoor zorgen dat inwoners zo snel en duurzaam mogelijk op de juiste plek belanden. Dat kan een vervolgtraject zijn bij Tiem, ondersteuning vanuit het Sociaal wijkteam of een ander pad. Daarom start men zo snel mogelijk met een kort (telefonisch) intakegesprek. Op die manier krijgt men op een laagdrempelige manier een compleet beeld van de situatie van de inwoner. Deze professional blijft voor de rest van het traject betrokken bij de inwoner als centraal contactpersoon.

Er wordt ingeschat welke partijen kunnen bijdragen aan de participatiebehoefte van de inwoner en zetten iedereen met elkaar om tafel. Samen met de inwoner gaan deze partijen aan de slag met het opstellen van een participatieplan. Zo is voor iedereen meteen duidelijk wat er speelt en welke lijnen worden uitgezet. Dit plan vormt de basis voor het vervolgtraject.

 

Wat we nu al zien

Voor 3 van de 10 inwoners in de eerste testfase moest een beroep gedaan worden op het Noodfonds. Dat betekent dat de financiële nood hoog is.

Bij veel inwoners is sprake van problematiek op meerdere vlakken. Daardoor is er niet altijd voldoende ruimte om actief bezig te zijn met participatie. Hier wordt de komende tijd aan gewerkt. Maatwerk leveren en oog hebben voor inwoners kosten in het begin meer tijd dan de ‘oude’ werkwijze. Maar zo werd duidelijk, die extra tijd levert wat op: in één casus kon men door snel te schakelen voorkómen dat de inwoner in de uitkering terechtkwam.

 

Succes

De eerste reacties zijn positief, zowel vanuit de inwoners als vanuit de aanwezige partijen. Inwoners zeggen dat het fijn is om eerst laagdrempelig hun verhaal aan de telefoon te kunnen doen. Zij voelen zich niet van het kastje naar de muur gestuurd en hebben bij het opstellen van het participatieplan het idee dat iedereen in hun belang bezig is. Wat deze werkwijze nog meer oplevert, vertelt Simon Zandvliet, adviseur Werk en Ontwikkeling bij Tiem en lid van het Innovatieteam:

‘De snelle en integrale intake en het gesprek zorgen ervoor dat er onmiddellijk een compleet beeld van de situatie ontstaat. We helpen mensen daardoor sneller op weg naar hun doel. Wat we nu doen, zorgt voor duidelijkheid, zowel voor de inwoner als de betrokken partijen. Inwoners hebben één contactpersoon die de regie houdt en krijgen door het fysieke gesprek een gezicht bij de vragen die ze stellen. Dat creëert rust en vertrouwen.’

 

Blijven ontwikkelen

Met de telefonische intake en het participatieplangesprek is men er nog niet! Er volgt onderzoek hoe inwoners nog beter in beeld te krijgen en hoe de uitvoering van hun participatieplan verder verbetert kan worden. Doel is een werkbaar ontwerp, met en voor de inwoners.